Binnenstadsmanagement kan worden gezien als een structureel samenwerkingsverband van publieke en private partijen in een binnenstad. De samenwerking vindt plaats op basis van gelijkwaardigheid, met een gezamenlijke inzet van middelen. Doel is de aantrekkingskracht en daarmee het economisch functioneren van de binnenstad te versterken.
In de praktijk blijken opzet, aanpak en ambitieniveau veel van elkaar te verschillen. Samen de handen ineen slaan staat echter altijd aan de basis. Gedachte hierachter is dat de binnenstad steeds meer wordt gezien als een product dat moet worden aangepast aan de wensen van de consument en andere gebruikers. Dit is een ingewikkeld proces dat alleen kan worden bereikt door de krachten van alle bij de binnenstad betrokken partijen te bundelen en door in onderlinge samenwerking de binnenstad te ontwikkelen, te beheren en te promoten. Zonder een dergelijke samenwerking kunnen de betrokken partijen, zoals gemeente, ondernemers en eigenaren, nooit hetzelfde resultaat behalen.
De organisatievorm waarin deze totaalaanpak wordt gegoten noemen we binnenstadsmanagement.
Doelstelling
Meestal -maar niet per se- wordt binnenstadsmanagement opgezet vanuit een economische doelstelling: het economisch functioneren van de binnenstad moet worden bevorderd. Dit doel tracht men te bereiken door de aantrekkingskracht van de binnenstad te vergroten. Daarnaast wordt meer en meer gestreefd naar verbetering van de leefbaarheid. Net zo belangrijk als deze inhoudelijke doelstellingen blijken in de praktijk de organisatorische doelstellingen: een professionele aanpak van de binnenstad en (vooral) bevordering van communicatie en begrip tussen binnenstadspartijen.
Veel vormen, altijd maatwerk
Er zijn veel verschijningsvormen van binnenstadsmanagement:
-
met of zonder centrummanager;
-
in de vorm van een stichting of als regulier overleg;
-
informeel of formeel;
-
breed of smal van opzet;
-
beleids- of uitvoeringsgericht.
De beslissing hoe binnenstadsmanagement vorm krijgt wordt in iedere stad weer anders genomen. Het gaat altijd om maatwerk. Binnenstadsmanagement is een middel om de binnenstad te versterken en vormt geen doel op zich. Omdat de lokale problematiek overal anders is, zal ook de opzet verschillen.
Behalve om vast te stellen wat binnenstadsmanagement is, is het ook goed om aan te geven wat binnenstadsmanagement níet is. In elk geval gaat het om meer dan alleen het aanstellen van een binnenstadsmanager, het regulier overleg tussen overheid en bedrijfsleven of het opzetten van een gemeentelijke dienst Binnenstad. Al deze elementen op zich zijn onvoldoende om te kunnen spreken van binnenstadsmanagement. Uiteraard vormen ze wel een goede aanzet.
Zes kenmerken van een professionele aanpak
Het uitgangspunt bij binnenstadsmanagement moet altijd professionaliteit zijn. Hoewel het altijd gaat om maatwerk, kunnen we zes kenmerken centraal stellen die bepalend zijn voor een professionele aanpak:
1. Gelijkwaardig samenwerken
Aan de basis van alle activiteiten staat de samenwerking tussen de partners op basis van gelijkwaardigheid. Deze samenwerking is niet vrijblijvend: het betekent afspraken maken en ze ook nakomen. Vaak moet het vertrouwen, en daarmee de samenwerking, groeien. Het vergt van alle partners immers een geheel andere manier van werken dan men doorgaans gewend is.
2. Onafhankelijk
Bij binnenstadsmanagement kan het nooit gaan om belangenbehartiging. Dit is voorbehouden aan de afzonderlijke belangenorganisaties. Binnenstadsmanagement is dus geen verlengstuk van bijvoorbeeld de gemeente of de ondernemersvereniging. Het gaat om een onafhankelijke organisatie die tussen en boven de partners staat en werkt op basis van consensus.
3. Structurele aanpak
Net als de binnenstad zelf is binnenstadsmanagement nooit ‘af’. Het gaat om een procesaanpak die zich richt op de middellange of lange termijn. Uiteraard zal ook op korte termijn ‘gescoord’ moeten worden. Echter, in de praktijk blijkt dat substantiële successen pas na enige jaren zichtbaar worden.
4. Integraal werken
De binnenstad wordt integraal benaderd, waarbij alle facetten van de binnenstad in hun onderlinge samenhang worden aangepakt. De wensen en eisen van de consument staan hierin centraal. Deze consument kijkt naar het totaalpakket van sfeer, ambiance, bereikbaarheid, aanbod aan winkels, horeca, markt en andere voorzieningen.
5. Beleid én uitvoering
Binnenstadsmanagement zal zich moeten richten op activiteiten die concrete resultaten opleveren en mag niet vervallen in een ‘praatclub’. Zonder overkoepelend (gemeentelijk vastgesteld) beleid heeft het echter geen zin zich te richten op allerlei activiteiten waarvan de meerwaarde onzeker is. In binnenstadsmanagement zijn beleid en uitvoering daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden.
6. Economisch functioneren (en leefbaarheid)
Binnenstadsmanagement richt zich op de aantrekkingskracht van de binnenstad. De primaire insteek is hierbij in veel gevallen het versterken van het economisch functioneren. Na enkele jaren treedt vaak een verschuiving op en worden ook leefbaarheidaspecten steeds meer meegenomen. Een goede balans is cruciaal. Daarbij dient de organisatie tevens daadkrachtig en werkbaar te blijven.
>> naar hoofdstuk 2
<< terug naar de inhoudsopgave